Oorsprong van «kadullen»

Velen weten dit allicht al, maar een bevriende Kadul las in een oud boek met en over "IJslandse volkssagen" (H. Wellekens, Davidsfonds Leuven) dat de vroegere IJslanders heel 'bijgelovig' waren (het oude Germaanse volksgeloof aanhingen). Onder de paragraaf 'De Alven en de Trollen' staat:

"De dwergen zijn in het later volksgeloof met de alven versmolten. Synoniem van alven zijn: dwergen, aardmannen, kabouters, alvermannen, kadullen, kadodders. Op IJsland worden ze met één woord aangeduid: "huldofolk". Het zijn over 't algemeen absoluut onschadelijke wezens, eer geneigd om de mensen te helpen of door hun lustige dansen hen vrolijk te stemmen." (...)

En die "grote nachtelijke feesten (...), waar er royaal gesmuld, gedronken en gedanst wordt", zouden dat onze instuiven kunnen zijn?

Allez, nu weet iedereen met zekerheid dat we absoluut onschadelijke wezens zijn, geneigd om mensen te helpen, in het bijzonder door ze blij te maken met onze lustige dansen...

De Alven en de Trollen.

In de IJslandse volkssagen krioelt het van alven en trollen, een bewijs dat het geloof aan deze landgeesten vroeger zeer levendig moet geweest zijn.
De dwergen zijn in het later volksgeloof met de alven versmolten. Synoniem van alven zijn : dwergen, aard-mannen, kabouters, alvermannen, kadullen, kadodders. Op IJsland worden ze met één woord aangeduid « huldufolk ». Het zijn over 't algemeen absoluut on-schadelijke wezens, eer geneigd om de mensen te helpen of door hun lustige dansen hen vrolijk te stemmen. In de volkssagen houden de alvermannen dikwijls grote nachtelijke feesten in rijk versierde paleizen, waar er royaal gesmuld, gedronken en gedanst wordt. Deze bijeenkomsten worden gewoonlijk door het verschijnen van mensen gestoord, die daarna alles meenemen wat de dwergen- achtergelaten hebben.
Soms valt het voor dat iemand in een kabouter of alvinne veranderd wordt ; ook 't omgekeerde gebeurt weleens. Dan leiden al deze personen een dubbel leven en brengen gewoonlijk de nacht door in hun eigen milieu.
Met genoegen kan men in dit opzicht lezen, b. v. De Alvermannenkoning op Seley, De dans der Alver-mannen op nieuwjaarsnacht en Helga en de Alvinne.
Grappig zijn de verhalen over de z. g. « umskiftingar ». Alven stelen een baby en leggen er hun tandeloos oud mannetje, dat ze door schudden en stevig inpakken doen krimpen, voor in de plaats. Men dwingt dan het alver-mannetje tot bekentenissen door hem de wonderlijkste zaken te tonen, b. v. een lange stok in een heel klein potje. Dan kan hij niet nalaten te zeggen dat hij, al is hij vader van 18 kinderen, toch nog nooit zo iets gezien heeft.
Om zich tegen zulke dingen te vrijwaren, ontsteekt men op nieuwjaarsdag, als de alven verhuizen, licht in alle hoeken der boerderij.

De godenliederen der Edda's zijn vol van de oerstrijd tussen de goden, als ordenende en behoudende wereld-krachten, en de reuzen, die de wilde materie en schade-lijke machten vertegenwoordigen.
De reuzen kunnen berggeesten zijn en dragen dan de naam « jotnar »; ze worden « trollen » genoemd, als ze wilde natuurgeesten voorstellen. In zijn IJslandse volks-sagen gebruikt jon Arnason dit laatste woord, trollen, voor alle wezens die in enig opzicht machtiger dan de mensen en min of meer kwaadaardig zijn, dus ook voor spoken en tovenaars ; maar toch slaat het vooral op reuzen over 't algemeen. Hun woonplaats, volgens de Edda's, heet « jotunheimr » en ligt onder de tweede wartel van de wereld- of wolkenboom « yggdrasil ».
Waar de mensen in deze wezens de verwekkers van alle natuurrampen, vulkaanuitbarstingen en sneeuw-stormen zien, moeten vooral de IJslanders zich hun land vol reuzen en trollen denken. Men stelt zich de trollen als zeer grote, wanstaltige mensen voor, dom, onbeheerst en bloeddorstig, die de eigenschap bezitten zich in wan-gedrochten te kunnen veranderen en ook in dieren. Ze worden beschouwd als zielen van afgestorvenen, die geen rust vinden.
In de verhalen Kraka en Hringur de koningszoon verneemt men hoe de trollen en reuzinnen met de mensen omgaan.

Wandeling Heidebos

Na het welkomswoord op parking1, trekken we met onze gids het "bos" in. Het wandelpad, dat volledig is afgesloten met draad en poortjes, slingert door het bos, maar ook door vele open plekken.

Vanaf we het bos betreden, vertelt Dani&eumll op een rustige en aangename manier over alles wat hij tegenkomt. Over de verschillende paddenstoelen, met al hun rariteiten, maar ook over de kleine insecten, die we anders zomaar voorbij zouden stappen. Over de vogels, de bomen en, sinds een paar jaar de nieuwe bewoners van het bos, de Gallowayrunderen.

Terwijl we stappen over de schrale grasvlakten, het bos of de heide, vertelt Dani&eumll dat het bos gesteund wordt door de Europese Unie. Dit voor de verdere uitbreiding van natuurgebieden en het herstel van de waardevolle bos- en heidehabitats.

We zien meteen dat het bos ook her en der "bewerkt" wordt. Op sommige plaatsen zorgen bepaalde bomen of planten voor een ondoordringbare wildernis. Om dit te vermijden, moet de mens grondig ingrijpen en men probeert dat te doen door milieuvriendelijke bewerkingen die op lange termijn zijn vruchten moet afwerpen. Dat hebben we kunnen zien, want op plaatsen waar vroeger de adelaarsvaren stond, herstelt de heide zich en ook tal van andere plantensoorten komen hier tevoorschijn.

We zien dode en zieke bomen in het bos liggen. Dani&eumll vertelt, dat het de visie is om ze in het bos te laten, omdat deze bronnen zijn van kevers en andere insecten. Dood hout zorgt voor heel wat leven in het bos.

Tijdens onze wandeling worden we verwend door een warm herfstzonnetje, na de wandeling met een fris aperitiefje. De ideale afsluiter van een prachtige morgen.